De ALS-functie is waarschijnlijk de eerste formule waarmee je Excel iets laat beslissen in plaats van alleen rekenen. Is de omzet hoger dan het doel? Dan “gehaald”. Zo niet, dan “niet gehaald”. In dit artikel gaan we van de simpelste variant naar formules met meerdere voorwaarden — en naar de functie die die ellendige stapel haakjes overbodig maakt.
De basis: ALS in drie onderdelen
=ALS(voorwaarde; waarde_als_waar; waarde_als_onwaar)
Een voorbeeld. In kolom B staat de omzet, het doel is 10.000 euro:
=ALS(B2>=10000; "Gehaald"; "Niet gehaald")
Tekst tussen dubbele aanhalingstekens, getallen zonder. In het Engels heet de functie IF en gebruik je komma’s in plaats van puntkomma’s.
Meerdere voorwaarden: EN en OF
Vaak moet er aan méér dan één eis worden voldaan. Daarvoor zet je EN of OF binnen je ALS-functie.
- EN — alle voorwaarden moeten kloppen:
=ALS(EN(B2>=10000; C2="Ja"); "Bonus"; "Geen bonus") - OF — één voorwaarde is genoeg:
=ALS(OF(B2>=10000; C2="Ja"); "Bonus"; "Geen bonus")
Je mag ze ook combineren, maar houd het leesbaar. Een formule die je over een half jaar zelf niet meer begrijpt, is een formule die je collega straks niet durft aan te passen.
Geneste ALS: van een cijfer naar een letter
Wil je meer dan twee uitkomsten, dan kun je ALS-functies in elkaar stoppen. Het “anders”-deel van de ene ALS wordt dan een nieuwe ALS:
=ALS(B2>=90;"A"; ALS(B2>=75;"B"; ALS(B2>=60;"C";"D")))
Belangrijk: werk van hoog naar laag (of van laag naar hoog), en niet door elkaar. Excel stopt bij de eerste voorwaarde die waar is. Zet je de grens van 60 vooraan, dan krijgt een score van 95 ook een C — want 95 is immers groter dan 60.
Veel makkelijker: ALS.VOORWAARDEN
Drie geneste ALS-functies zijn nog te doen. Zes worden een haakjesdrama. In Microsoft 365 en Excel 2019 en nieuwer gebruik je daarom ALS.VOORWAARDEN (IFS). Je geeft simpelweg paren op van voorwaarde en uitkomst:
=ALS.VOORWAARDEN(B2>=90;"A"; B2>=75;"B"; B2>=60;"C"; WAAR;"D")
Dat laatste paar met WAAR is het vangnet: als geen enkele voorwaarde klopt, wordt dit de uitkomst. Laat je hem weg, dan krijg je een foutmelding bij waarden die nergens in passen.
Rekenen met een voorwaarde: SOM.ALS en AANTAL.ALS
Een veelgemaakte denkfout is om ALS te gebruiken waar je eigenlijk wilt optellen of tellen met een voorwaarde. Daar zijn eigen functies voor:
=SOM.ALS(A2:A100; "Amsterdam"; B2:B100)— telt de omzet op van alle rijen met Amsterdam.=AANTAL.ALS(A2:A100; "Amsterdam")— telt hoeveel rijen Amsterdam bevatten.=SOMMEN.ALS(B2:B100; A2:A100;"Amsterdam"; C2:C100;"2026")— optellen met meerdere voorwaarden. Let op: hier staat het optelbereik juist vooraan.
Veelgestelde vragen
Hoe test ik of een cel bepaalde tekst bevat?
Met =ALS(ISGETAL(VIND.SPEC("factuur";A2));"Ja";"Nee") voor een hoofdlettergevoelige zoekopdracht, of VIND.ALLES in plaats van VIND.SPEC als hoofdletters niet uitmaken.
Waarom krijg ik een waardefout?
Meestal omdat je rekent met een cel waar tekst in staat, of omdat er aanhalingstekens ontbreken rond een tekstwaarde. Controleer ook of je geen komma hebt gebruikt waar een puntkomma hoort.
Kan ik een lege cel leeg laten in plaats van nul?
Ja: gebruik twee aanhalingstekens als uitkomst, bijvoorbeeld =ALS(B2="";"";B2*1,21). De cel lijkt dan leeg, maar bevat technisch gezien een lege tekst — bij sommige vervolgberekeningen is dat een verschil om rekening mee te houden.
Verder met Excel
ALS werkt het best als de ingevoerde waarden voorspelbaar zijn. Gebruik daarom een keuzelijst om typefouten te voorkomen, en VERT.ZOEKEN om gegevens uit een andere tabel op te halen.
Wie ALS begrijpt, begrijpt de logica achter vrijwel elke formule die erna komt. In Excel 365 van beginner tot pro bouwen we die logica stap voor stap op, met oefenbestanden en een certificaat na afloop.

